ONDERZOEK

Factsheet ‘Waarom wij natuur nodig hebben’

foto voorkant factsheetIedereen heeft, volgens internationale verdragen, recht op het hoogst haalbare niveau van lichamelijke en geestelijke gezondheid. In Nederland zijn er veel basisvoorzieningen om dit recht te waarborgen. Door ontwikkelingen, zoals de steeds ongezondere leefgewoonten van veel mensen, komt de gezondheid van met name kinderen en mensen in meer kwetsbare groepen onder druk te staan.

Er kan een verband worden gelegd tussen de afnemende gezondheid en de toenemende verwijdering van mensen tot natuur. De factsheet ‘Waarom wij natuur nodig hebben’ van IVN, geschreven door Agnes van den Berg, geeft een overzicht van de meest krachtige en recente resultaten van onderzoek naar de relatie tussen natuur en gezondheid bij volwassenen en kinderen.

Bron: IVN, 2013

Wandelen zorgt voor sterke spieren

wandelaars in bosWandelen is uitstekend voor lichaam en geest, zo bewijst wetenschappelijk onderzoek keer op keer. Juist een (vaak ondergewaardeerd) potje wandelen is een ideale manier om zowel fysiek als mentaal in vorm te komen en blijven. Wandelen zorgt volgens onderzoek onder andere voor sterke spieren.

Naar de fysiologische effecten van wandelen wordt aan de lopende band onderzoek gedaan. Zo veel zelfs dat onderzoekers van de Britse Norwich Medical School drie jaar terug maar liefst 42 wetenschappelijke wandelstudies uit 14 verschillende landen tegen het licht konden houden. Geregeld wandelen doet wonderen voor je gezondheid, concludeerden de studies stuk voor stuk. Allereerst voor je spieren. Bij elke stap krijgen je benen de nodige kilo’s te verduren, waardoor ze steeds een stukje sterker worden. Hoe meer gewicht, hoe meer de spieren worden getraind. In dat licht zou harlopen eigenlijk efficiënter moeten zijn. Wandelen heeft volgens de wetenschappers echter één voordeel waar geen andere sport aan kan tippen: het veroorzaakt zelden blessures.

Bron: snp.nl, 2019

Onderzoek naar kwaliteit leven door GNW-wandelingen

Bent u geïnteresseerd in het effect van wandelen met Gezond Natuur Wandelen? De resultaten van een klein vooronderzoek hebben geleid tot een grootschaliger onderzoek. Hier kunt u aan meedoen.

Twee studenten van de Rijksuniversiteit Groningen hebben voor de zomer binnen de wandelgroep in Camminghaburen (Leeuwarden) onderzocht wat de invloed is op de kwaliteit van leven door te wandelen met Gezond Natuur Wandelen. De wandelaars moesten twee keer een vragenlijst invullen.

Uit dit onderzoekje is gebleken dat deelnemers aan Gezond Natuur Wandelen een goede kwaliteit van leven hebben ten opzichte van leeftijdgenoten. Dit kan verschillende oorzaken hebben, wat interessant is om verder te onderzoeken. Daarom wordt nu een grootschalig onderzoek opgezet. Iedereen die meewandelt met Gezond Natuur Wandelen kan meedoen. Het onderzoek bestaat uit twee vragenlijsten die ongeveer een kwartier in beslag nemen. De eerste vragenlijst moet in januari worden ingevuld en de tweede in april.

Lijkt het u leuk om mee te doen? Dan kunt u zich laten informeren door of aanmelden bij Sanne Havinga. Sanne is een masterstudent die het onderzoek gaat uitvoeren voor haar afstudeerproject. U kunt contact opnemen met Sanne via s.t.havinga@student.rug.nl.

november 2019

A Smartphone App for Improving Mental Health through Connecting with Urban Nature

In an increasingly urbanised world where mental health is currently in crisis, interventions to increase human engagement and connection with the natural environment are one of the fastest growing, most widely accessible, and cost-effective ways of improving human wellbeing. This study aimed to provide an evaluation of a smartphone app-based wellbeing intervention.pictogram smartphone

In a randomised controlled trial study design, the app prompted 582 adults, including a subgroup of adults classified by baseline scores on the Recovering Quality of Life scale as having a common mental health problem (n = 148), to notice the good things about urban nature (intervention condition) or built spaces (active control). There were statistically significant and sustained improvements in wellbeing at one-month follow-up. Importantly, in the noticing urban nature condition, compared to a built space control, improvements in quality of life reached statistical significance for all adults and clinical significance for those classified as having a mental health difficulty. This improvement in wellbeing was partly explained by significant increases in nature connectedness and positive affect.

This study provides the first controlled experimental evidence that noticing the good things about urban nature has strong clinical potential as a wellbeing intervention and social prescription.

Bron: International Journal of Environmental Research and Public Health, september 2019

Minimaal twee uur per week in de natuur maakt je mentaal gezonder

Natuur geeft je een boost om je fitter en vrolijker te voelen. De wetenschap bewijst dat het goed is voor je creativiteit, ontspanning, fysieke fitheid, concentratie en stemming. Een nieuw onderzoek in opdracht van IVN Natuureducatie laat zien dat ruim de helft van de Nederlanders van plan is vaker de natuur in te gaan voor hun gezondheid.

infographic IVN #2uurnatuur Challenge

Vrijwel alle Nederlanders (94 %) wéten wel dat de natuur positieve gezondheidseffecten heeft. Toch haalt driekwart het niet om twee uur per week in de natuur te zijn. Terwijl 120 minuten juist de kritische norm is zoals blijkt uit een eerdere Britse studie. Uit het nieuwe onderzoek dat IVN heeft laten uitvoeren door Kantar blijkt dat veel van de ondervraagde personen zelf de positieve effecten van de natuur ervaren. De reacties waren onder andere: ‘frisse lucht en buiten zijn geeft me nieuwe energie’, ‘ontspannen en mijn hoofd even leegmaken’ en ‘beweging na de hele dag op een stoel te zitten’ en ‘ik voel me opgewekter’.

Bron: ivn.nl, oktober 2019

Gelukkige mensen zijn vaker in de natuur

Minstens twee uur per week in de natuur zijn hangt samen met een betere gezondheid en beter welbevinden. Britse onderzoekers vroegen bijna 20.000 landgenoten hoeveel tijd ze de afgelopen week in een natuurlijke omgeving hadden gespendeerd. Dat kon in bossen of parken zijn, aan rivieren of stranden of in landelijk gebied; de eigen tuin telde niet mee. Mensen die minimaal 120 minuten per week in de natuur waren, rapporteerden vaker dat hun gezondheid goed of zeer goed was of dat ze tevreden waren met hun leven op dit moment. Het maakte niet uit of het uitstapje twee uur duurde of was verdeeld over meerdere kortere periodes. Het onderzoek verscheen donderdag in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports.

Eerdere epidemiologische studies constateerden al dat er onder mensen die in stedelijke gebieden met veel groen wonen, minder aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, obesitas, diabetes en astma voorkomen – in ontwikkelde landen althans. Op vragenlijsten geven die mensen ook vaker aan dat ze gezond zijn en zich goed voelen. Echter, in de buurt van groen wonen zegt nog niets over hoeveel tijd omwonenden daar dan doorbrengen. De Britten wilden daarom nagaan wat de relatie is tussen de uren die mensen spenderen in de natuur en hun beleving van gezondheid en geluk.

Bron: NRC.nl, juni 2019
Foto: Lex van Lieshout/ANP – Wandelaars in de Kaapse Bossen in de buurt van Doorn. Niet alleen kerngezonde mensen trekken de natuur in.

Walking in Relation to Mortality in a Large Prospective Cohort of Older U.S. Adults

Engaging in >150 minutes of moderate-intensity or 75 minutes of vigorous-intensity physical activity weekly is recommended for optimal health. The relationship between walking, the most common activity especially for older adults, and total mortality is not well documented.

In older adults, walking below minimum recommended levels is associated with lower all-cause mortality compared with inactivity. Walking at or above physical activity recommendations is associated with even greater decreased risk. Walking is simple, free, and does not require any training, and thus is an ideal activity for most Americans, especially as they age.

Bron: ScienceDirect /American Journal of Preventive Medicine, januari 2018

Ruimschoots bewezen: natuur is gezond
 
De natuur heeft vele positieve effecten op ons mensen, bijvoorbeeld een betere concentratie, minder ziekte en meer geluk. In een infographic in opdracht van IVN en Jantje Beton is het verband tussen natuur en gezondheid te zien. De infographic is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.

Why Walking Helps Us Think

What is it about walking, in particular, that makes it so amenable to thinking and writing? The answer begins with changes to our chemistry. When we go for a walk, the heart pumps faster, circulating more blood and oxygen not just to the muscles but to all the organs—including the brain. Many experiments have shown that after or during exercise, even very mild exertion, people perform better on tests of memory and attention. Walking on a regular basis also promotes new connections between brain cells, staves off the usual withering of brain tissue that comes with age, increases the volume of the hippocampus (a brain region crucial for memory), and elevates levels of molecules that both stimulate the growth of new neurons and transmit messages between them.

The way we move our bodies further changes the nature of our thoughts, and vice versa. Psychologists who specialize in exercise music have quantified what many of us already know: listening to songs with high tempos motivates us to run faster, and the swifter we move, the quicker we prefer our music. Likewise, when drivers hear loud, fast music, they unconsciously step a bit harder on the gas pedal. Walking at our own pace creates an unadulterated feedback loop between the rhythm of our bodies and our mental state that we cannot experience as easily when we’re jogging at the gym, steering a car, biking, or during any other kind of locomotion. When we stroll, the pace of our feet naturally vacillates with our moods and the cadence of our inner speech; at the same time, we can actively change the pace of our thoughts by deliberately walking more briskly or by slowing down.

Bron: The New Yorker, september 2014