fluweelpootje

fluweelpootje

Ook deze keer telden we 33 wandelaars, inclusief 2 afkomstig van het mooie Malta, die bij hun (schoon)moeder de kerstdagen kwamen vieren. En weer hielden we het gelukkig droog, op een paar spetters na tegen het einde. Henk vertelde over de mol en het fluweelpootje.

Vandaag gaat de route langs het beheerskantoor, het paviljoen, over de steigers in de Stotersplas, waar nu duizenden smienten te horen en te zien zijn, naar het bosgebied het Smaal. En via parkeerplaats P15 en een rondje door het daar liggende bosgebied terug naar de kantine.

Veel dank namens de wandelaars richting dit team van 9 fantastische begeleiders die elke week een gevarieerde wandeling weten uit te zetten in het mooie Twiske.

De mol

een mol

Onderweg zien we dat de mol actief geweest is, vanwege de vele molshopen. In de wintertijd moet hij meer graven, omdat de regenwormen, die voor het voornaamste deel van zijn voedsel uitmaken niet “lopen”, ze zitten vaak dieper. Kenmerkend zijn de grote graafhanden aan de voorpoten, waarmee de mol ondergrondse gangen maakt. Veel mensen denken dat de mol blind is, maar ze hebben kleine oogjes, dankzij hun gevoelige snorharen weten ze de weg te vinden. Een mannetjesmol weegt tussen 65 en 140 gram, het vrouwtje is wat kleiner en weegt ongeveer 25 gram minder. In de grootste molshoop, gegraven door het vrouwtje, tot een diepte tot 200 cm, bevindt zich de “nestkamer”, waar na de paring in februari-april, in mei-juni meestal 3 – 6 jongen geboren worden. En er is een voorraadkamer, waar de mol regenwormen bewaart waarvan de kop is afgebeten. Naast regenwormen, die zijn hoofdvoedsel vormen, eet hij ook engerlingen en naaktslakken, soms een kikker en bovengrond gevangen insecten. Ze hebben 40-50 gram voedsel per dag nodig.
In vroegere tijden werd de mol gevangen vanwege zijn huid, maar echt bont wordt bijna niet meer gedragen. Heb je echt last van zijn graafactiviteiten, kan je heel milieuvriendelijk flessen in de grond stoppen, met de hals net boven de grond, zodat de wind een fluitend geluid maakt, waar de mol een hekel aan heeft.

Het fluweelpootje
Na de eerste nachtvorst, waarna de meeste paddenstoelen verdwenen zijn, lijkt het fluweelpootje door de lage temperatuur juist geactiveerd te worden. Ze zijn nu op veel plaatsen aan beschadigde bomen en stronken te zien, waar ze zowel als parasiet en als opruimer voorkomen. Herkenbaar aan de slijmerige, bruin tot gele hoed en de donkere, fluweelachtige steel. De hoed van de paddenstoel is eetbaar en zou een cholesterolverlagende werking hebben en afweer verbeteren, zelfs bruikbaar in de strijd tegen kanker. Vooral in de Chinese keuken worden ze gebruikt, maar dan gekweekt en een stuk lichter van kleur.