Het voorjaar is losgebarsten. Wie naar buiten gaat zal het niet ontgaan: kruiden komen tot bloei, de pollen van windbestuivers als zwarte els en krokussen stuiven er op los, boomknoppen springen open en de eerste bladeren vouwen zich uit. De winter is voorbij, de dagen worden langer en de temperatuur hoger. De overgang van winter naar lente is een sensatie, elk jaar weer!

krokussenHet is warm en de zon schijnt. Dat zijn ideale omstandigheden voor planten om tot bloei te komen, maar waarom gaan planten dan niet massaal bloeien op een warme dag in december of januari? En waarom bloeit de ene soort eerder dan de ander?
Naast temperatuur is daglengte een belangrijke factor voor het in bloei komen van planten. Pas nadat ze een koude periode van enkele maanden hebben doorgemaakt, komen planten in bloei bij het langer worden van de dagen. Dit voorkomt dat ze na een korte koude periode in de herfst te vroeg in het seizoen gaan bloeien. Dat is heel slim; de kans dat planten na een vroege warme periode verrast worden door een late nachtvorst wordt hierdoor verkleind. Bovendien wordt de bloei hierdoor gesynchroniseerd met de vliegtijd van bestuivende insecten.
Elke plant is hierbij net weer iets anders afgesteld. Speenkruid en sneeuwklokjes kunnen al bloeien bij een vrij lage temperatuur en korte dagen, andere planten juist bij langere dagen en hogere temperaturen. Op die manier is er spreiding in bloeitijden van planten en daardoor is er voor insecten altijd voldoende voedsel en schuilgelegenheid.

Dit is een deel van de tekst van Stef van Walsum, FLORON
Bron: NatureToday.com